Om alle misverstanden te vermijden: "De manier van opkleuren, hieronder beschreven, is die van Dirk De Schinkel en niet die van Eddy Vaes."

Rood intensief

Omschrijving: goede diepe grondkleur en goede doorkleuring van vleugel en staartpennen. Geen schimmel toegestaan. Poten, en hoorndelen mooie lichte kleur. Geen bontvorming toegestaan. Zeer goede bevedering gewenst. Mooi egaal gekleurde bevedering. Meest voorkomende fouten, tweekleurig en niet intensief genoeg. Men krijgt ook te vaak veel te kleine en lange vogels te zien, het kan ook klein maar compact zijn, zie voorbeeld. Mooie rode kop en aan achterste goed afgerond en niet uitgetrokken. Goed voorbeeld van doorkleuring voor minder moet je het niet doen. Hier bekijken we wel een overjarig exemplaar maar wel één met zeer goede eigenschappen. Hij ziet nog steeds goed rood, dus hij heeft het wel in zijn genen en zal het dan ook wel vererven. Was goed voor gouden medaille in stam op VvNk te Geel.
Hoe opkleuren zowel voor intensief als schimmel. Ik gebruikte 1 pot van 500 gram bogena intensief en mengde daar 100 gram pure cataxantine bij. Van dat mengsel voeg ik 12 gram per kilo eivoer naar keuze toe. Van de derde dag dat de jongen uitkomen  spoot ik ze 's avonds éénmaal bij zodat ze zeker hun portie rood binnenkregen en dat bleef ik verder doen tot de vleugelpennen bijna volgroeid waren. Je zal zien hoe een voorsprong die hebben op vogels waar je dat niet bij doet. Dit alles wel te verstaan dat men met degelijke koppels vertrekt. Want het is logisch als ze van nature geen rood bezitten kan het er ook niet of onvoldoende uitkomen. Tip: geef niet meer dan nodig van u rode mengeling want dan worden ze wel diep rood, maar zijn ze verloren voor de gewone wedstrijden, dan worden ze vlekkerig en zal het heel lang duren voor u ze egaal krijgt. Een iets minder intensieve maar wel goed egale vogel zal het meestal halen op de shows.

Eigenaar vogel: Vaes Eddy
Foto: De Schinkel Dirk


Rouge intensif

Description : Couleur de fond bien profonde et bonne coloration des rémiges et rectrices. Le schimmel est proscrit. Les pattes et parties cornées sont de couleur claire. Le panachage est interdit. Une très bonne qualité de plumage est souhaitée. Coloration uniforme du plumage.  Défauts les plus fréquents : bicolore et manque d’intensivité. On rencontre souvent de trop petits et longs oiseaux, petit et compact existe, voir l'exemple. Jolie tête rouge et bien rond à l'arrière et queue non tirée. Bon exemple de coloration. Nous examinons ici un exemplaire de plus d'un an mais avec de très bonnes caractéristiques. Il est toujours bien rouge,  il possède donc bien le facteur rouge dans ses gènes et transmettra celui-ci à sa descendance. A remporté la médaille d'or en stam au VvNk de Geel.  . Comment colorer, aussi bien les intensifs que les schimmels ? J’employais 1 pot de 500 grammes Bogena intensif et y mélangeais 100 grammes de cantaxhantine pure. De ce mélange, je mélangeais 12 grammes à un kilo de pâtée, au choix.  A partir du troisième jour suivant l’éclosion,  je nourrissais, tous les soirs, les jeunes à l’aide d’une seringue, afin de m’assurer qu’il avalaient bien leur dose de « rouge » et ce jusqu’à ce que les rémiges aient leur longueur définitive.  Vous constaterez l’avance de ces oiseaux par rapport à ceux qui n’ont pas bénéficié de ce traitement. N’oublions, cependant pas, qu’il faut démarrer avec des couples convenables, car il est logique que s’il ne dispose pas naturellement du facteur « rouge », ils ne pourront pas ou insuffisamment en montrer. Conseil : n’abuser pas de votre mélange « rouge », car les oiseaux deviendraient très profonds en couleur mais ils seraient perdus pour les expositions, ils risqueraient d’être marbrés et cela durera très longtemps avant qu’ils ne deviennent uniformes. Un oiseau un peu moins profond, mais uniforme sera préféré aux expositions ».

Propriétaire : Vaes Eddy
Photo : De Schinkel Dirk
Traduction : Vanwaeyenbergh Jean-Marc